zondag 4 februari 2007

Laura

Soms word je in een tel verliefd op een actrice. Het overkwam me vorig jaar tijdens het bekijken van 'Laura', de noir klassieker van Otto Preminger uit 1944. Hierin vertolkt Gene Tierney de titelrol. In geijkte femme fatale traditie cultiveert ze de heerschappij van het kijken. Haar oogopslag volgt een eigen vibrato, een junta van verleiding en uitnodigende beloftes.

Het gepolijste gelaat van Gene Tierney heeft een volmaakte combinatie van jukbeen en oogcontour. Met de onbegrensde naïviteit in haar blik laat ze het masculiene verlangen alle hoeken van de ring zien. Ze stroomt door je bloed en zet alles in lichterlaaie. In de noir dialectiek horen op dat moment voor het mannelijke hoofdpersonage de knipperlichten rood te branden. Het is de fase waarin de narratieve positie van de held verschuift naar de modus van de antiheld: een charismatische vrouw kijkt hem aan en plotseling begint de nachtmerrie. Hij doorloopt een kettingreactie van emotionele kaalslag en maniakale teleurstelling. Niets biedt soelaas tegen de lyriek van de femme fatale.

Al is Gene Tierney meer girl next door dan diva, toch incarneert ze glamour. Elegantie is een natuurlijke pose, glamour een kunstmatige strategie. Glamour is elegantie die zich bewust wordt van haar schoonheid en impact. (Passief welteverstaan, glamour verdraagt immers geen beweging) De costume designer van 'Laura' had voor Gene Tierney het lumineuze idee om haar tijdens haar entree in de film een hoedje aan te meten. Juist dat kledingstuk laat haar lichaam sensueel articuleren. In de decoupagestijl tussen heupshots en close-ups tijdens deze sequentie is haar gelaat perfect gestileerd. Onvertroebeld en romantisch. Het preludeert de gratie die we opmerken in haar latere film noir werk: 'Leave her to Heaven' en 'Whirlpool'.