Ik lees zijn werk liever in het Frans, want dan begrijp ik er niet te veel van. De schriftuur van Baudrillard is uitzonderlijk eclectisch; je moet een intieme liaison met de Franse taal hebben alvorens zijn ideeënballet een poort opent naar je denkvermogen. Het merendeel van zijn gedachten zit gedrapeerd in een verbluffend linguïstische schoonheid, maar bij een eerste lectuur weet je niet wat ermee aan te vangen. Je voelt de waarheid van zijn relaas, al kan je haar niet vatten in argumenten. De zinnen blijven gewoon in je pupil zitten. Verrassend en aangenaam. Je bevriest je logica en schakelt je vernuft uit. Op die wijze slalom je ongerept en intuitief naar de kern van zijn boodschap. De meest lichamelijke vorm van lezen die je je kan inbeelden.
De vleugelwijdte van Baudrillard is indrukwekkend. Hij schrijft met even grote souplesse over Japanse miniaturisatie als over 'The Matrix', AIDS of 11 september. In de maalstroom van het Franse postmodernisme laat hij de Grote Idee struikelen en bestudeert hij de scherven. Telkens legt hij de klemtoon op het alledaagse, weg van de alles overkoepelende theorie. Waar zijn landgenoten evenwel de schoonheid van het banale zoeken, stoot Baudrillard op het banale van de schoonheid. Zijn werk destabiliseert, ontmant de gangbare opinies en veegt alle politieke (en economische en morele) correctheid van de kaart. Hij is de acrobaat van de paradoxale positie.
De sociologische beschouwing van Baudrillard stut op het begrip 'hyperrealiteit'; de toestand waarin de scheidingslijn tussen werkelijkheid en het virtuele haast letterlijk is verdampt. Het is de conditie waar we het 'echte' niet langer kunnen onderscheiden van het nagebootste. De realiteit muteert tot role playing. Een kopie waarvan het origineel zoek is. De katalysator van deze hyperrealiteit zijn de (visuele) media. Zij schotelen ons een beeld voor, een representatie van de werkelijkheid die we zonder te verpinken voor waar nemen. We vertrouwen het beeld, geloven blindelings in de simulatie. Baudrillard haalt hier het voorbeeld van de vliegtuigcrash aan: dankzij de televisie weten we allemaal hoe een crash eruit ziet, al hebben we haar nooit in de werkelijkheid meegemaakt. Misschien gaat een crash er wel helemaal anders aan toe. Mogelijk heeft er nog nooit een crash plaatsgegrepen en is de simulatie louter een hersenspinsel van het medium. Vandaar Baudrillard's meest provocerende stelling: de Eerste Golfoorlog is nooit gebeurd. De televisie (geholpen door de technologische vooruitgang van de drager) toonde een spektakel van slimme bommen, precisiebombardementen, heldendom en glorie. Zonder burgerslachtoffers, zonder bloed, zonder dood. De referent met de echte oorlog - die voor de lokale bevolking vanzelfsprekend een gruwelpartij was - bleek spoorloos.
In 2008 wordt Iran aangevallen in high definition. En ook die oorlog zal nooit echt plaatsvinden.
donderdag 1 februari 2007
Jean Baudrillard
Gepost door
Ivan Maljkovic
op
00:17
Labels: beeldcultuur, filosofie, Jean Baudrillard