Posts tonen met het label tech noir. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tech noir. Alle posts tonen

zaterdag 14 november 2009

Dangerous Days

Aanvankelijk twijfelde de scenarist tussen 'Dangerous Days' en 'Mechanismo'. Maar deze dystopie over de duisternis en de armoede van het leven in 2019 die zich entte op 'Do Androids Dream of Electric Sheep' van Philip K. Dick, moest jaren op zijn definitieve titel wachten. Het script was zo claustrofobisch en zwaarmoedig dat haast niemand er zijn vingers aan wilde verbranden. Slechts met het rekruteren van Ridley Scott kwam de zaak in een stroomversnelling. Scott had pas zijn broer aan kanker verloren en beet zich vast in dit bittere scenario over schepping, controle en de onvermijdelijkheid van de dood. 'Dangerous Days' werd de eerste tech noir en de laatste analoge science fiction film. Deze weemoedige zweepslag zou zijn titel uiteindelijk ontlenen aan een roman van William Burroughs: 'Blade Runner'.

Weinigen begrepen hoe hevig Ridley Scott met 'Blade Runner' de beeldcultuur doorheen schudde. Hier is een visuele intelligentie aan het werk met een ongehoord analystisch en vertellend vermogen. Het uiterlijk van de film is als een eclectisch schilderij: er is coördinatie van schoonheid in elk shot, maar wel een navrante. 'Blade Runner' ontvouwt de esthetiek van de kaalslag, de poëzie van de onmacht. Elk beeld bevat aanknopingspunten met Heavy Metal-stripverhalen als 'Moebius' van Jean Giraud of met de tekeningen van Enki Bilal. Deze cyber-schriftuur komt bij Scott het sterkst tot uiting in zijn affectieve kleuring van het concept "stad"; een lectuurschema van de metropool die angstaanjagend sterk lijkt op het huidige Shanghai of Tokio.

'Blade Runner' is het scherpst in zijn betoog over stedelijkheid, over het bouwen en bewonen van een stad en hoe Ridley Scott dit vertaalt in beelden. De film schetst een kadaster waar geen hygiënische sanering van de architectuur meer mogelijk is: het urbanisme sterft af door biologische plagen, vervuiling en overbevolking. Haar collectieve netwerk van voorzieningen (voedsel, transport, vertier) erodeert tot een gestage fading out door de onophoudelijke regen en door een soort gevoel van eeuwige nacht. Drie elementen kennen er een uitdeiende logica: duisternis, vochtigheid en rook; de stad als gigantische open steenkoolmijn. Deze nieuwe ruimtelijkheid toont een modernisme waarin megalomanie en subtiele melancholie fuseren. Er heerst disruptie en destabilisatie, een troosteloze slijtage van nieuwe steen. De stad creëert emotionele discontinuïteit. Dat is de identiteitskaart van 'Blade Runner'.

Ridley Scott regisseerde een sociaal document waarvan de traumatische zijde je met een gebroken gevoel achterlaat. De zwaarmoedigheid raakt je intens en zijn romantiek van het natte en het vuile trilt na tot diep in je lichaam. Dit zijn beelden die zich voorgoed loswurmen uit het accidenteel platonische. 'Blade Runner' belichaamt de elegantie, de kracht en het unieke aspect van de ervaring van het filmkijken.

zaterdag 7 februari 2009

Renaissance

Live forever. Or die trying.

Parijs, het jaar 2054. De stad baadt in de logica van 'Blade Runner' en 'Brave New World'. De overheid is er anoniem materiaal, haar plaats is op een haast martiale manier ingenomen door het bedrijfsleven. De sinistere multinational Avalon zwaait er in alle geledingen met de plak. Parijs oogt in de toekomst verzorgd en netjes, maar haar maatschappelijk weefsel is doorboord met intriges, gaten in de corporate governance, een obsessie met lichamelijke schoonheid (tenslotte is het de hoofdstad van de catwalk) en met een overrompelende architecturale megalomanie. Liberalisme is hier enkel een rekwisiet, geen motor meer. De vrijheid -het fundamentele recht om "neen" te zeggen- is op mercantiele wijze geliquideerd. Het hele corpus baadt in een sfeer van moedeloosheid. De mens heeft in 'Renaissance' uiteindelijk zijn affectieve betekenis en zijn esthetisch potentieel verloren. Enkel de koude realiteit blijft overeind, gedrenkt in permanente camerabewaking en genetische manipulatie.

Avalon speurt naar de Heilige Graal van de biotechnologie: de menselijke onsterfelijkheid, de finale heerschappij over leven en dood. In deze queeste is niets taboe, elk middel blijkt geoorloofd, de inwoners betalen het gelag. Avalon produceert met zijn scabreuze intenties een brede deining van mentale en lichamelijke terreur. Maar het bedrijf vergeet dat het universum een ingebouwde, natuurlijke neiging heeft tot instabiliteit. Orde moet steeds plaatsmaken voor chaos. In de natuur overleven enkel open systemen, gesloten systemen gaan onvermijdelijk stuk (kijk naar de twintigste eeuw: de vrije markt zorgde voor welvaart, het protectionistische en uit de staatsruif gesubsidieerde Oostblok kwam roemloos ten val). Wanneer iemand één van haar vorsers ontvoert, verstrengt Avalon de surveillance en bewaking tot het uiterste maar worden ook de eerste barsten in de cocon zichtbaar.

Regisseur Christian Volckman werkte 7 uitermate arbeidsintensieve jaren aan dit project. Op de set filmden 24 camera's simultaan de actie, tijdens de montage werd elk frame in 3D gemanipuleerd en digitaal gepolijst. De meeste grijswaarden en elke middenkleur zijn weggefilterd. Enkel een ingenieus spel met licht en schaduw rest. 'Renaissance' toont om die reden een extremisme in scherpte en gladheid van het oppervlak. Het tovert een adembenemende manga-versie van 'Sin City' tevoorschijn, een sensationele animatie die je doorgaans enkel treft in het oeuvre van Otomo, Oshii of Miyazaki.

'Renaissance' beweegt soepel van viriel cynisme naar roerende machteloosheid. Zijn narratieve repertoire ent zich naadloos op de patronen van de film noir. De hypergestilleerde beeldtaal schenkt een unieke tonaliteit aan het genre. We zien melodieën van melancholie doorbroken door dissonanten van diepmenselijke vervreemding. Hoop is er slechts een nagalm, iets heel wazigs in het bewustzijn. Christian Volckman distribueert op prachtige wijze die elementen doorheen zijn sequensen. 'Renaissance' is technologisch waarschijnlijk de meest provocatieve en verleidelijkste film ooit.

zondag 6 april 2008

The Matrix


"The Matrix is everywhere, it is all around us, even now in this very room. You can see it when you look out your window, or you turn on your television. You can feel it when you go to work, when you go to church, when you pay your taxes. It is the world that has been pulled over your eyes to blind you from the truth."

'The Matrix' gaat de geschiedenis in als grensverleggend. Niet louter door zijn visuele aanpak, maar tevens omdat de trilogie de juiste (filosofische) vragen stelt. Deze intrigerende doorsnede van gnosticisme, boeddhisme, Jean Baudrillard en Plato's 'Politeia' benadert de fysieke realiteit als een schamele kuisheidslap voor een veel fundamentelere verschuiving binnen onze netwerksamenleving. Een permutatie in de verhouding tussen materie en bewustzijn. En een these over wat ons als soort in een samenleving identificeert.

In zijn baanbrekend werk 'L'image temps' poneert cultuursocioloog Gilles Deleuze dat de vorm van het ware is vervangen door "de macht van de schijn". Hoe meer een maatschappij doordrongen is van beelden en publiciteit, hoe dubieuzer de status van de werkelijkheid wordt ('Blade Runner' illustreert dit mooi). Wanneer is er sprake van schijn of van de feitelijkheid? Het eindigt in een opheffing van de grens tussen beide, de befaamde hyperrealiteit van Baudrillard. We leven in een kopie van de echte wereld die gebouwd is op verborgen codes. Het lijkt op het JavaScript van een webpagina: wat we zien ontplooit zich als een tekst waarvan de grammatica en het lexicon volkomen vertrouwd zijn, en daarachter verbergt zich een ander deel dat als in een geheimschrift lijkt opgesteld. En het loont de moeite zich ook met het gecodeerde luik bezig te houden.

'The Matrix' sluit nauw aan bij de veranderende tendensen in onze 9/11 samenleving, een lappendeken van militaire ideologieën en verborgen agenda's. Net voor Neo via het internet een activeringsbericht krijgt, zien we over zijn computerscherm boodschappen rollen die Morpheus bestempelen als een wereldwijde terrorist. Ook de term 'sleeper cell' doet hier zijn intrede. Morpheus spreekt over een slapende bevolking die bij haar ontwaken de vijand van de matrix en de politie zal worden. Een mooi voorbeeld van 'life imitating art'. Twee jaar na de release van 'The Matrix' maakte de Amerikaanse burger kennis met deze etikettering: 'Either you're with us or you're with the terrorists'. De gelijkenissen tussen 'The Matrix' en de huidige politieke strekkingen zijn verbluffend.

Parallel aan een hype als 'Big Brother' of aan films als 'eXistenZ' en 'The Truman Show' lanceerden de broers Wachowski met 'The Matrix' een dystopie over de geënsceneerde werkelijkheid. De film kapitaliseert op de steile opmars van virtuele werelden; een cluster van avatars, emoticons en simulatie. Materie en identiteit worden langzaamaan cybernetisch, ze sijpelen weg in een programmeertaal. Ooit raakt ook God gevangen in het Web.

zondag 17 februari 2008

Blade Runner

Science sans conscience égale science de l'inconscience
Elle se fout du progrès, mais souhaite la progression
De tous les processus qui mènent à l'élimination
MC Solaar, 'La concubine de l’hémoglobine'

Eind jaren zeventig laste regisseur Ridley Scott een weinig tactvolle reserve in ten overstaan van de gangbare ideologie van de science-fiction. Toen het genre zich dreigde vast te rijden in gratuit optimisme en een mercantiel geloof in de toekomst, bracht hij plots een scherpe cesuur teweeg. In 'Alien' verkende Scott voor het eerst het schimmige grensgebied van de SF met de horror. Met 'Blade Runner' ging hij nog een stap verder. Hij fuseerde er science-fiction met film noir. Hiermee ontvouwde hij een gloednieuwe stijl: de tech noir; een inktzwart denkkader waarin de mens wordt vertrappeld door zijn eigen uitvinding, de cybernetische levensvorm. 'Blade Runner' flopte in 1982, maar geldt vandaag als een mijlpaal in de filmgeschiedenis waaraan latere cineasten als David Lynch, Christopher Nolan en David Fincher diep schatplichtig zijn. Het is de invloedrijkste neo noir van de jongste dertig jaar.

Doorheen de film blijft Ridley Scott trouw aan een bepaalde tonaliteit. Zijn stalenboek van de toekomst oogt grauw en desperaat. Hij toont een burn-out van de hoop, een roofbouw op elk verlangen. Een misnoegde sfeer versterkt door de soundtrack van Vangelis, vol heimwee en melancholie. De mens is in 'Blade Runner' gedecimeerd tot een radertje, hopeloos verloren in de soevereine onverschilligheid van een stedelijk milieu, gebukt onder de erosie van de sociale infrastructuur. De metropool, gedrenkt in een nooit aflatende regen en vervuiling, verglijdt er tot een speelveld van morele dubbelzinnigheid, angst, corruptie en paranoia. De apotheose ligt in de nederlaag van het individu. Zo kantelt 'Blade Runner' uit de open economie van de science-fiction en komt hij terecht in de strakke, nihilistische rijkdom van de film noir.

Haaks op de geplogenheden van zijn tijd hanteert deze adaptatie van een verhaal van Philip K. Dick een geduldige reflectieve toon met ruimte voor metafysische thema's. Net als in 'Alien' bespeelt Scott het motief van geboorte en dood. Waar 'Alien' het concept van niet-menselijk leven belichtte, stelt 'Blade Runner' een ruimere vraag: wat is leven? Heeft het artificiële een bewustzijn of een ziel? Is het ethisch toegelaten een moord te plegen op een cyborg? Het antwoord leidt naar één van de intelligentste en schrikwekkendste visies op de maatschappij ooit op een bioscoopscherm getoond; een parabel over menselijke intolerantie.

'Blade Runner' situeert zijn verhaal veertig jaar in de toekomst, maar gebruikt de sfeer van veertig jaar eerder. Dit stilistisch model opende de weg naar vele imitaties, op narratief en esthetisch vlak. Zo vormde 'Blade Runner' een blauwdruk voor de 'Terminator' cyclus, Gattaca, de 'Matrix' trilogie en andere afspinsels. Een zuivere filmcreatie die zich opwerpt als de 'Citizen Kane' van het science-fiction genre.