Een patstelling. 'No Regrets' heeft twee versies die zich aanschurken tegen de perfectie. Ofschoon beide uitvoeringen je murw meppen en achterlaten als een aangeslagen bokser in de touwen, kennen ze een heftig contrast. Ze zijn de klankversie van het wit tegen het zwart. Masculiene country versus stilistische pop.
Tom Rush brengt zijn originele versie van 'No Regrets' als een zwarte ster, een massa die niets uitstraalt, hoogstens weerkaatst, als een maan. Zijn klanken haalt hij traag naar boven uit een diepe waterput, met emmer en katrol. Het geluid is dat van een holle, sonore grot: Tom Rush reciteert, hij 'zingt' niet. Iedere zin is als een vertellen, afstandelijk en overzichtelijk. We hebben hier de antipode van wat doorgaans van zangers wordt verwacht van een tekst, namelijk dat ze er een innerlijke wikkeling en verwikkeling mee hebben; dat ze tekst beleven, dat ze erin gestrikt en verstrikt worden. Eentonigheid is dus uit den boze, maar het is precies die eentonigheid die bij Tom Rush wonderen verricht.
The Walker Brothers trekken het origineel binnenste buiten, recht de popcultuur in, op het randje van het melodrama. De zang ondersteunt de tekst van het eerste tot het laatste moment. De emoties draaien langzaam van links naar rechts als over een innerlijk panorama. Hier striemt iedere natuurlijkheid niet weg. De extreemste sensualiteit noch de wreedheid zijn er onontgonnen terrein, het exhibitionisme fundeert de teneur. Dit komt het mooist tot zijn recht in de weergaloze gitaarriff op het einde, een steiger van kracht en pijn. Bij The Walker Brothers is de liefde geen afstand, maar de geschiedenis van een huid.
Tijdens het beluisteren van 'No Regrets' buitelen we onvermijdelijk in een grammatica van weemoed en persoonlijke memento's. Het nummer koestert een liefde die verschuift van de tragiek van het "eenmaal en nooit meer" naar een zilte berusting. Maar het verdriet neemt hier niet de afslag naar de spijt en vermijdt dus de stenigende zelfreflectie. En daardoor ontvoogt 'No Regrets' zich tot een melancholie met een meetkundige knik: geen rechtstreekse terugblik naar de herinnering, maar via de spiegel kijkend in het verleden van een Ander.
zaterdag 27 september 2008
No Regrets
Gepost door
Ivan Maljkovic
op
22:50
Labels: muziek, Tom Rush, Walker Brothers
zondag 27 mei 2007
Scott Walker
Naarmate zijn carrière vordert, onthult hij zich als het enigma van de popgeschiedenis. Zijn jongste werk veroorzaakt een gloeiende kortsluiting met de gangbare muzikale tradities. Scott Walker licht er melodieën uit hun hengsels, ontkracht de ballast van het sterrendom. Doorheen deze composities galmt de absolute nachtmerrie van Samuel Beckett, Francis Bacon en Ingmar Bergman. Toch was hij ooit kind aan huis bij de belangrijkste platenmaatschappijen. Met de Walker Brothers bepaalde hij als popidool immers een goed deel van het mooie, commerciële geluid van de sixties.
De centrale kwaliteit van Scott Walker is zijn stem. Een prachtige, peilloze bariton, zuiver en zwaar, zonder moment van verzwakking. Een stem die schuurt tegen heel fysieke wanden, ruig en zacht tegelijkertijd, die teruggrijpt naar de diepste betekenis van de klank zelf. Reeds voor hun doorbraak in 1965 -met de terechte wereldhit "The sun ain't gonna shine anymore"- vormde die stem het embleem van de Walker Brothers. Als een mannelijke sirene verleidde hij er op het podium horden gillende tienermeisjes mee, een vaststelling die hem geleidelijk ondermijnde. Deze introverte man werd angstig van zijn oververhitte fans en hunkerde naar afzondering. In 1967 brak hij met zijn groep en trok hij zich een poos terug in een abdij. Dertig jaar lang weigerde hij elk optreden.
In het klooster ontplooide hij zich in gregoriaanse gezangen en bereidde hij de monumentale solo albums 'Scott 1' tot 'Scott 4' voor, een foutloze fusie van zang, tekst en muziek. Men herkent er zijn eindeloze bewondering voor de donkere romantiek van Jacques Brel in. Het beste album, 'Scott 4', flopte helaas en langzaam onthechtte hij zich verder van de wereld. Tijdens dit kluizenaarsbestaan bracht hij amper één plaat per decennium uit, allemaal queesten naar beslotenheid en melancholie. Macabere en hermetische kunst.
In dit latere oeuvre beschrijft Scott Walker de dingen in het leven die schade veroorzaken. Hij registreert er abstracte waarnemingen van mensen in emotioneel hoogst oncomfortabele situaties, afgezonderd in de schemerzone tussen ritme en harmonie. In de ruimte tussen klank en stilte. Volmaakt ontheemd.
Gepost door
Ivan Maljkovic
op
17:37
Labels: Jacques Brel, muziek, Scott Walker, Walker Brothers